Doorbreek genderstereotypering in lessen burgerschap

beleidsbrief voorstelling project jongleren lessen over combineren arbeid en zorg

De alliantie Werk.en.de.Toekomst (een samenwerking tussen Atria, Emancipator, de Nederlandse Vrouwen Raad en VHTO) verwelkomt het wetsvoorstel dat meer duiding geeft voor de lessen burgerschap in het primair en voortgezet onderwijs.

Het wetsvoorstel geeft aan dat het burgerschapsonderwijs aan leerlingen voortaan in ieder geval moet gaan om:

  • de ontwikkeling van respect voor en kennis van de basiswaarden van de democratische rechtsstaat en de mensenrechten
  • het bijbrengen van de sociale en maatschappelijke competenties die leerlingen in staat stellen om deel uit te maken van en bij te dragen aan de samenleving

Zorgen voor een ander

Het partnerschap Werk.en.de.Toekomst adviseert om de herwaardering van zorg en de invulling van burgerschap in de 21e eeuw toe te voegen aan de burgerschapslessen. Geadviseerd wordt om niet alleen meisjes, maar ook jongens bekend te maken met zorgtaken en om dit te presenteren als vanzelfsprekende mogelijkheden in hun levens. Vooral in een tijd waarin mensen langer thuis blijven wonen, is zorgen voor een ander een belangrijk onderwerp. Daar hangt mee samen dat emancipatie en het doorbreken van genderstereotypen alleen bereikt kan worden wanneer mannen/mannelijkheid en vrouwen/vrouwelijkheid gelijk gewaardeerd worden.

Doorbreken van genderstereotypen in lessen burgerschap

Onderzoek laat zien dat genderstereotypen voor jongens en meisjes tot verschillend gedrag en keuzes leiden. Jongens horen mannelijke eigenschappen te bezitten zoals agressie, dominantie en competitie, terwijl meisjes over vrouwelijke eigenschappen zoals zorgzaamheid en empatie horen te beschikken. Dit resulteert er in dat jongens stoer gedrag gaan vertonen en zich afzetten tegen alles dat vrouwelijk is. Dit kan leiden tot het gebruik van de woorden als ‘mietje’ en ‘homo’ tegen jongens die vrouwelijk overkomen. In burgerschapslessen worden de basiswaarden van de democratische rechtsstaat bevorderd, waaronder respect en verdraagzaamheid vallen. Respect voor en verdraagzaamheid van leerlingen die anders zijn, hoort hier ook bij.

Keuzevrijheid

Genderstereotypen staan leerlingen in de weg om keuzes te maken op basis van hun interesses en talenten. Meisjes kiezen eerder voor alfa studies of studies in de zorg kiezen en jongens eerder voor technische- of bèta studies. Hun interesses en talenten liggen wellicht ergens anders. De hiërarchische ordening en waardering van gender, speelt een grote rol bij keuzes op cruciale keuzemomenten.  Mannen en mannelijkheid worden hierbij hoger gewaardeerd dan vrouwen en vrouwelijkheid – en heteroseksualiteit hoger dan homo-of biseksualiteit. Jongens, die van kinds af aan te horen hebben gekregen dat zij financieel voor het gezin moeten zorgen, zullen eerder voor beroepen kiezen waar veel geld mee verdiend kan worden. De zorgsector of het onderwijs wordt over het algemeen minder goed betaald. Jongens kiezen om deze reden minder snel voor deze sectoren.

Het doorbreken van stereotypering in het onderwijs sluit goed aan bij de basiswaarden van de Nederlandse rechtsstaat en dus ook bij de burgerschapslessen. Gemeenschappelijke waarden als respect, verdraagzaamheid en het verbod op discriminatie kunnen alleen dan bereikt worden wanneer leerlingen zichzelf kunnen zijn en vrij zijn om hun eigen keuzes te maken.

Het doorbreken van stereotypen in de lessen burgerschap kan op verschillende manieren bereikt worden:

  • Stimuleren van keuzevrijheid. Het is van belang om in de burgerschapslessen leerlingen aan te moedigen om eigen keuzes te maken.
  • Goede voorbeelden, zoals Beeldenbrekers van VHTO en een toolkit van Emancipator om met jongens en jonge mannen te werken aan het voorkomen van seksuele intimidatie en seksueel geweld. De basis van deze toolkit bestaat uit het bespreekbaar maken, ter discussie stellen en verruimen van genderstereotypen in het algemeen en opvattingen over mannelijkheid in het bijzonder.
  • Samenwerking. De alliantie adviseert om samenwerking te realiseren tussen ministeries, scholen, onderwijsverenigingen en het maatschappelijk middenveld. Op die manier kan er een invulling worden gegeven aan de burgerschapslessen ten aanzien van genderstereotypering. Bijvoorbeeld richtlijnen voor docenten voor lesopzet en vormgeving van het lespakket.
  • Monitoring en middelen. Om vast te stellen of de gewenste doelen bereikt zijn, is monitoring essentieel. Dit kan bijvoorbeeld aan de hand van vijfjaarlijkse rapportages, waarin wordt gekeken of de burgerschapslessen effectief zijn geweest.

Advies burgerschapslessen in het basisonderwijs en voortgezet onderwijs

Delen:

Gerelateerde artikelen